Gepubliceerd op:
04 mei 2026
Gewijzigd op:
12 mei 2026
Gelezen: 57 x
Rotundifolia
In “het veld” was voor ons op vele manieren iets te verdienen. In de winter, wanneer de sloten bevroren waren, werd er riet gemaaid en per slede naar huis gebracht als gratis strooisel in de varkenshokken. En in het voorjaar werd opgewonden uitgekeken naar uit het zuiden terugkerende trekvogels, met name de grutto, de tureluur en de kievit die door ons grutter, tuuk en kieft werden genoemd. Jan Ordeman, mijn vader, was in Noord-Holland niet alleen de belangrijkste inkoper van kievitseieren die hij verkocht aan chique hotels en delicatessenwinkels in Amsterdam, maar ook zochten wij in maart en begin april de eieren zelf in de graslanden van Waterland. Voor mij als zoeker brachten de eitjes in het begin van het seizoen wel een gulden op, maar naarmate de twaalfde april naderde (het wettelijk gestelde einde van het zoekseizoen) daalde dat tot een kwartje.
In de zomer viel er in het drassige land meer te verdienen. Langs de sloten groeide de lisdodde waarvan de bloemen, die wij rietsigaren noemden, vanuit de jol met een scherp mes net onder water werden afgesneden. In bundels van tien werden deze op dinsdagochtend door mij luid schreeuwend op de Purmerendse weekmarkt aan de man gebracht voor de prijs van een knaak (twee gulden vijftig) per bos. Mijn vader had op dinsdag op de markt met zijn Volkswagenbusje een vaste standplaats aan de Gedempte Singel waar hij alles inkocht wat de boeren uit de omgeving maar verkopen wilden. Eieren (kip, eend, gans, maar ook kievits- en gruttoeieren dus), kippen, eenden en konijnen. Zijn busje gebruikte ik voor het vervoer en opslag van mijn rietsigaren.
De beste verdiensten waren in de zomervakantie te behalen met “bloemetjes trekken”. In het Ilperveld werd in het verleden turf voor brandstof gestoken door vergane plantenresten op te baggeren. De zo ontstane petgaten groeiden vol met veenmos waar zonnedauw in groeide, een vleesetend plantje, de Rondbladige Zonnedauw (Drosera Rotundifolia). Bij dat vleesetende moet je je niet al te veel voorstellen. De zonnedauw beperkt zich tot kleine insectjes die vastkleven op de blaadjes en dan geleidelijk tot voedsel verteerd worden. Een van mijn klasgenoten op de Openbare Lagere School in Watergang was Bert van der Goot die net als ik aan de Landsmeerse Kanaaldijk woonde. De voltallige familie Van der Goot trok elke zomeravond met de boot het veld in om zonnedauw (“bloemetjes”) te oogsten (“trekken”). De zonnedauw kon niet te vroeg in het seizoen geoogst worden. Alleen wanneer de bloeistengel gegroeid was kon het plantje daaraan compleet uit het mos worden getrokken. De plantjes werden in bosjes op een oud vloerkleed in de zon gedroogd, waarna alles nog nagelopen moest worden om vervuiling zoals stukjes veenmos (sphagnum) er uit te zoeken. Hoe schoner de oogst aangeleverd werd, hoe meer er betaald werd door de inkoper die de oogst wekelijks kwam ophalen tegen contante betaling van 75 gulden per kilo.
Volgens zeggen ging de zonnedauw naar Zwitserland om er medicijnen van te maken. Of dat echt zo was is mij lang onduidelijk gebleven. Vaak kwam ik in bus of tram oudere dames tegen die een parfum gebruikten waarvan de geur opvallend veel overeenkomst vertoonde met de mij zo bekende geur van gedroogde zonnedauw, waardoor ik zelf lang heb gedacht dat de door mij verzamelde plantjes niet voor medicijnen maar voor cosmeticaproductie gebruikt werden. Inmiddels heeft het internet mij echter geleerd dat zonnedauw inderdaad gebruikt wordt voor een medicijn ter ondersteuning van de luchtwegen in de winter.
Toen ik eenmaal door had hoe het zonnedauwhandel werkte kreeg de familie Van der Goot er in mij een geduchte concurrent bij.
Eerdere artikelen

Paardenbloem en Hondsdraf
De zigeuner met het witte paard


