Gepubliceerd op:
04 mei 2026
Gewijzigd op:
12 mei 2026
Gelezen: 86 x
Hoe het Rode Boekje van Mao werd gemaakt
In 1975 werd mij het lidmaatschap ontnomen van de afdeling Rotterdam van de Socialistiese Partij (SP), wegens mijn “liberalistiese” opvattingen. Ik werkte toen al een paar jaar in de SP-drukkerij aan de Rubroekstraat 5, samen met Henk de Graaf en Remi Poppe, waar ik voornamelijk de reproductie en filmmontage deed. Omdat ik niet rond kon komen van de vierhonderd gulden die de grote roerganger Daan Monjé mij maandelijks voor mijn werk toebedeelde, had ik besloten met geleend geld een eigen drukkerijtje te beginnen waar ik wat handelsdrukwerk maar vooral ook boeken en brochures voor mijn eigen uitgeverij produceerde. Dit liberalisme moest volgens de afdelingsvoorzitter, politiek secretaris Jaap Westbroek, met royement worden bestraft.
Een van mijn uitgeversdromen was vanaf het begin de wens tot uitgave van een Nederlandse editie van de Citaten van Voorzitter Mao Tsetoeng (Het Rode Boekje). Uitgeverij Bruna had in 1970 de Schepel-vertaling uitgegeven in de Zwarte Beertjes-reeks maar die vonden we verwerpelijk. Als basis voor onze uitgave gebruikten we de vertaling van Het Internationale Boek in Brussel (1967) onder weglating van het voorwoord van de initiatiefnemer in 1966 van het boekje, de inmiddels in ongenade geraakte Lin Piao. De Brusselse uitgave was niet meer verkrijgbaar en bovendien qua taalgebruik wel erg Vlaams. Ik vond SP-er Theo Thomassen bereid de Vlaamse tekst samen met mij helemaal te herzien wat leidde tot een manuscript van losse blaadjes van twee gesloopte boekjes, vol doorhalingen en handgeschreven verbeteringen in het karakteristieke kriebelhandschrift van Theo. Daarmee kon het zetwerk voor de nieuwe uitgave gemaakt worden door Liesbeth den Haan (toen nog Liesbeth Ordeman) op de Composer zetmachine die ik inmiddels huurde van IBM, de machine die enkele jaren later tot een van mijn faillissementen zou leiden.
De lange stroken barietpapier met de gezette tekst werden door mij tot pagina’s verknipt en op de zelfgetimmerde lichttafel (ontwerp Daan Monjé) gelayout voor katerns met een vouwschema van 16 pagina’s op drukvellen van formaat A3. Zetfouten werden gecorrigeerd door de regel waarin de fout zich bevond opnieuw te zetten en deze op de lichttafel over de foute regel heen te plakken. Daarbij is het één keer misgegaan, door mijn onoplettendheid of vermoeidheid is er ergens in het boekje één regel op de verkeerde plaats geplakt waardoor één citaat onbegrijpelijk is geworden. Ik herinner mij niet meer waar dat prcies is en om die plek terug te vinden zou ik het hele boekje weer eens nauwlettend door moeten lezen. Tot nu toe heb ik er nooit van iemand een klacht over geregen. Wanneer iemand de plek ooit tegenkomt hoor ik graag waar dat ook alweer is.
De negatieve films werden in eigen doka belicht in de reproductiecamera en handmatig ontwikkeld. Filmmontage gebeurde ook in eigen huis op de grafische tekentafel van de Amsterdamse Grafische Machinehandel Ceelen. Ook de offsetplaten werden in eigen huis belicht en ontwikkeld. Dezelfde boeven van Ceelen leverden de Tsjechische Romayor drukpers waarop de twaalf katernen (zelf gebruikten wij het meervoud katerns) in een oplage van 5000 exemplaren werden gedrukt op 80 grams houtvrij offsetpapier (HVO) van Proost & Brandt. Drukkers: Piet Ordeman, Henk de Graaf en John van Heijningen die inmiddels eveneens de SP hadden verlaten.
Bij gebrek aan een vouwmachine moest vervolgens al het drukwerk worden ingepakt en overgebracht naar een boekbinderij om tot 12 katerns van 16 pagina’s te worden gevouwen. Dat gebeurde bij Van Veen en Bruinessen in de Crooswijkse Slachthuisstraat in een vervallen pand waar een reeks somber kijkende oude heren en dames (de “meiden”) bij schemerlicht zwijgend een reeks van bindwerkzaamheden, zowel machinaal als handmatig verrichten. De gevouwen katerns werden in dozen met mijn blauwe Lada Combi weer terugvervoerd naar mijn eigen pand aan de Rietvinkstraat in Het Oude Noorden. Want daar beschikte ik inmiddels over een heuse, redelijk versleten boekennaaimachine die ik via de Haagse schroothandelaar Toetenel uit de binderij van Sijthoff had overgenomen. Op deze machine moesten de katerns tot boekblokjes aan elkaar worden genaaid. Maar hoe?
Onze buurman op nummer zeven was een gepensioneerde, trouw kerkgaande man die af en toe nieuwsgierig bij ons binnenstapte. Buurman Van Halen bleek zijn hele werkzame leven als boekbinder te hebben gewerkt bij een grote drukkerij in Schiedam en hij raakte helemaal in vervoering toen hij zag hoe wij zonder succes de boekennaaimachine aan het werk probeerden te krijgen. Hij bood aan voor ons geheel op onbetaalde basis de machine in te stellen en aan het werk te gaan. Dat was in het koude vroege voorjaar van 1978. Onze bedrijfsruimte was onverwarmd, alleen de doka werd verwarmd met een elektrisch kacheltje en de drukkerijruimte in het tuinschuurtje door een oliekacheltje. En zo heeft de gelovige buurman met zijn duffelse jas, verkleumde handen en een druppel aan zijn neus dagenlang de boekjes van Mao zitten naaien.
Voor de volgende stap in het productieproces was Henk Pijpers voornamelijk verantwoordelijk. Henk kende ik uit de Leidse SP-afdeling en een van de vele banen die hij had gehad was als medewerker bij een boekbinderij in Den Haag. Door hem werden de genaaide boekjes in pakketjes van tien afgeperst in de antieke gietijzeren boekenpers en op de rug tot blokjes verlijmd. Nadat de lijm droog was werden de boekjes met een boekbindersmes losgesneden en weer met een lik verse lijm ingehangen in 250 grams kartonnen kaftjes die bij Drukkerij Globe in de Crooswijkse Pootstraat op een Heidelberg degelpers van twee rillijnen waren voorzien. De boekjes werden daarna door ons aan drie zijden op de juiste maat schoongesneden op de handmatig bediende Krause snijmachine die ik (illegaal, want in strijd met de regels van de grafische beroepsvereniging) had overgenomen van de weduwe van een boekdrukker die gespecialiseerd was geweest in rouwkaarten in een souterrain aan de Veemarkt.
Nu waren de boekjes bijna klaar. Alleen de typerende rode plastic omslag ontbrak nog. Daarvoor werd collega Groenewoud Spciaaldrukwerk uit Oudewater ingeschakeld die op zijn beurt de fabricage van 5000 rode hoesjes met de in goud gedrukte titel “CITATEN VAN VOORZITTER MAO TSETOENG uitbesteedde aan zeefdrukkerij Floor in Haastrecht. Met de inzet van diverse losse hulpkrachten werden ten slotte de boekjes ter bewaring ingepakt in de degelijke kartonnen dozen waarin de Turnhoutse agendadrukker Brepols ons jaarlijks de door mij uitgegeven Solidariteitsagenda leverde.
De verkoop van het door ons met trots gepresenteerde Nederlandstalige Rode Boekje viel behoorlijk tegen. De boekjes waren bijna alleen maar verkrijgbaar in de linkse boekwinkeltjes in universiteitssteden. Grotere boekwinkels en filialen van boekhandelketens wisten niet wat ze er mee aan moesten. Zo kwam het boekje in het Landsmeerse filiaal van Bruna terecht op de plank met (Aziatische) kookboeken. In de loop der jaren verhuisden de dozen met duizenden onverkochte boekjes met mij mee. Eerst naar de kelder van de drukkerij aan de Schiestraat 14 en vervolgens toen de gerechtelijke ontruiming van dat pand wegens hoog opgelopen huurbetalingsachterstand werd aangekondigd, in een nachtelijke bliksemactie, geholpen door uit Albanië gevluchte vrienden, naar een in allerijl gehuurde kelderruimte aan de Diergaardesingel overgebracht. Ook deze verblijfplaats hield niet lang stand. Op een vroege zondagmorgen werd het volledige uitgeversmagazijn met een van overbelading wankelend vrachtwagentje (Adrie Jonk autoverhuur, Purmerend) naar Landsmeer gereden en opgeslagen in het voormalige eierenpakhuis van mijn vader. Ten slotte verhuisde ik een paar jaar geleden wegens vergevorderde ouderdom van daar naar Purmerend waar het mij ontbrak aan opslagruimte. Met moeite moest ik de beslissing nemen de resterende voorraad van circa 3000 boekjes als grof vuil af te storten in de Landsmeerse milieustraat. Op het nippertje kwam de reddende engel. Iljin de Jong van de website www.propagandaworld.org nam de voorraad tegen een symbolisch bedrag van mij over om te worden opgeslagen in Duivendrecht. Inmiddels, na al die jaren, neemt de vraag naar het boekje eindelijk toe en verkoop ik via diverse internetkanalen wekelijks exemplaren waardoor ik nu af een toe enkele tientallen van hem terugkoop voor mijn eigen internetboekenstalletje.
Eerdere artikelen

Paardenbloem en Hondsdraf
De zigeuner met het witte paard


